Categorie: "Praktijk"

Flitsen met beleid – III

Kan het een ietsje zachter…?

Het kleine ingebouwde flitsertje van je camera geeft knalhard licht met pikzwarte schaduwen. Het licht van een losse flitser is op zich niet veel beter, al is het iets zachter en loop je net wat minder kans op  rode ogen door de grotere afstand tussen flitser en lens. Wél kun je met de meeste losse flitsers bouncen: de flitskop verdraaien zodat het licht niet direct op je onderwerp valt, maar wordt weerkaatst door een witte muur of plafond. Die muur of dat plafond is echter niet altijd voorhanden, en bovendien ogen portretten met bounce flash vaak wat doods doordat de bekende lichtjes in de ogen ontbreken.

Voor als je nog zachter licht wilt hebben en niet kunt bouncen, zijn er in het kielzog van de strobist-rage legio accessoires verkrijgbaar.

Flitsen met beleid – II

Waarom zou je eigenlijk flitsen..?

Goeie vraag. Met camera’s die soms bij ISO 3200 en hoger nog zeer bruikbare resultaten geven, hoef je puur voor een goede belichting lang niet meer zo gauw te flitsen als vroeger. Of je onderwerp op die manier ook een goede verlichting krijgt, is een andere zaak. Vaak helpt het om een beetje ‘in te flitsen’ – en dat geldt niet alleen binnen, maar ook buiten.

Het geheim van inflitsen zit ‘m in de juiste balans tussen flitslicht en ‘omgevingslicht’. Binnen betekent dat vaak: toch een vrij hoge ISO-waarde en misschien ook een wat langere sluitertijd. Anders krijg je van die typische ‘flitsfoto’s’ met een compleet uitgebleekt onderwerp tegen een donkere achtergrond. Maar ook buiten kan inflitsen wonderen doen – met name bij tegenlicht.

Flitsen met beleid – I

Ingebouwd of los?

Zowat elke camera – spotgoedkope en heel dure professionele modellen uitgezonderd – beschikt over een ingebouwde flitser (bij sommige systeemcamera’s zit er, om de body zo compact mogelijk te houden, een piepklein ‘uitgebouwd flitsertje’ bij). Daarnaast kun je op iedere spiegelreflex, bijna iedere systeemcamera en een flink aantal geavanceerde compactcamera’s een losse flitser aansluiten. Nadeel daarvan is dat je met een extra accessoire zit, dat je apart zult moeten meenemen. Bovendien is zo’n losse flitser niet vrijwel direct op afroep beschikbaar, zoals zijn ingebouwde collega.

Toch zijn er goede redenen om bij voorkeur een losse flitser te gebruiken als je extra (flits)licht nodig hebt. Met een losse flitser heb je (of liever gezegd: hebben je modellen) niet alleen minder snel last van rode ogen. Zo’n losse flitser geeft ook veel meer licht, dat bovendien minder hard is en dat je ook nog eens veel makkelijker verder kunt verzachten of anderszins naar je hand kunt zetten – bijvoorbeeld door de flitser los van de camera te gebruiken. De komende weken zullen we nader op de voordelen en mogelijkheden van de losse flitser ingaan.

Photoshop CC, wat moet je ermee? (III)

Wel of niet overstappen?

Verrassend genoeg zitten de grootste verschillen tussen het ‘volwassen’ Photoshop en Elements niet eens zozeer in de aanwezige functies en opties. De eerste versies van Photoshop Elements waren inderdaad elementair. Tegenwoordig zijn de toeters en bellen echter tot op grote hoogte hetzelfde. Soms was Elements er zelfs eerder bij – denk aan het automatische Rode ogen verwijderen. (Voor wie dit gereedschap niet kan vinden in het gereedschapspalet van CC: het zit er wél, maar achter het Snelle retoucheerpenseel.) Wél is de omgang met die mogelijkheden bij CS/CC meer toegesneden op de gevorderde gebruiker, en bij Elements meer op de amateur. Vergelijk bijvoorbeeld de gereedschappen Curven of de omzetting naar Zwart-wit.

Kleurbeheer in CC: een ontzagwekkende hoeveelheid opties (de lijst scrolt nog stukken door), waaronder speciale profielen voor je scherm en aangesloten printers.

Photoshop CC, wat moet je ermee? (II)

De looks & feel

Tot voor kort was Photoshop CS voor amateurs nauwelijks een optie – althans niet legaal. Met CC ligt dat anders, want hoewel je per saldo niet veel goedkoper uit bent, tikken een paar tientjes per maand toch minder hard aan dan een paar mille ineens.

Overstappers van Elements zullen zich in ieder geval gauw thuis voelen. Met het bijkomende voordeel dat CC voor de Mac verkrijgbaar is in het Nederlands. Wie de donkergrijze interface niet mooi vindt, kan kiezen voor een lichtere of donkerdere tint. Ook kun je de werking beter aan je eigen wensen aanpassen. Ik ergerde me er bij Elements bijvoorbeeld altijd aan dat je fotobestanden niet meteen gestapeld in hun eigen venster kon openen. Bij CC stel je dat eenmaal in de voorkeuren in. Wél blijft het laatste bestand om onduidelijke redenen even ‘hangen’. Wie geen zin heeft om telkens tussen Photoshop en de ‘organizer’ Bridge heen en weer te schakelen, kan ook gebruikmaken van het ingebouwde Mini Bridge.

De menu’s en gereedschappen zitten niet allemaal op dezelfde plaats als bij Elements of bij oudere versies, maar doorgaans wel in de buurt – en ze werken in de regel op de vertrouwde manier.

Photoshop CC, wat moet je ermee?

I: de overstap zelf

Wie de nieuwste versie van Photoshop wil hebben, zal dit programma moeten leasen, want kopen is geen optie meer. Dat kan alleen nog met de amateurversie Elements, én met Lightroom. Er wordt gemord over de prijs (ruim 60 euro voor een maandabonnement), maar als je alleen Photoshop wilt, kun je dat ook als standalone krijgen voor nog geen 25 euro. Voor die zes tientjes kun je desgewenst het complete Adobe Creative Cloud-pakket op je computer installeren, met onder andere Illustrator, InDesign, Dreamweaver en Premiere Pro. Ook Lightroom 5 zit er dan bij, plus 20 GB cloudopslag. Studenten en docenten krijgen korting, en bestaande klanten (in elk geval tot eind augustus) ook.

Je kunt natuurlijk met je oude CS-versies blijven doormodderen, en dat zul je ook wel móeten als je hardware niet aan de (vrij hoge) systeemeisen voldoet. Het is dan ook verstandig om die vóórdat je in de Cloud stapt te checken. Als je niet instapt, zit je wel weer met het probleem dat je software snel veroudert.

(On)misbare vakantieaccessoires: het uv-filter

Wanneer je vroeger in een echte fotowinkel een objectief kocht, probeerde de fotohandelaar je vrijwel altijd ook een uv- of skylightfilter aan te smeren. Dat zou niet alleen veiliger zijn voor je dure lens, maar ook beter voor de scherpte. Vaak hoestte je die paar tientjes extra dan maar braaf op, onder het motto ‘baat het niet, dan schaadt het niet’.

Dat laatste is de afgelopen jaren steeds meer ter discussie komen te staan. Bij de akelig scherp tekenende spiegelreflexen en systeemcamera’s van tegenwoordig kan een filter wel degelijk afbreuk doen aan de beeldkwaliteit. Bovendien is de noodzaak van zo’n filter ook veel minder dan vroeger.

(On)misbare vakantieaccessoires: de zonnekap

Voor velen van ons is de zomervakantie alweer aangebroken, al is die zomer zelf nog niet veel zaaks. Als je eropuitgaat – of dit nu een dagje naar het strand of een maand naar het buitenland is -, dringt zich altijd weer de vraag op: wat neem ik mee, en wat laat ik thuis?

Een absolute must op fotografisch gebied is de zonnekap, die bij de meeste lenzen voor spiegelreflex- en systeemcamera’s wordt meegeleverd. Ook sommige bridgecamera’s hebben er een. Vroeger waren zonnekappen van metaal, en later vaak van opvouwbaar rubber. De eerste namen nogal wat ruimte in de bagage in beslag, en de tweede hadden de neiging om te scheuren of in het ongerede te raken. De huidige zijn meestal bloemvormig (voor een optimale effectiviteit), van plastic en – het belangrijkste – passen ook omgekeerd op de lens. Daardoor neemt een camera of lens met zonnekap in de bagage nauwelijks meer plaats in dan eentje zonder. Neem die zonnekap dus mee, want hij beschermt niet alleen tegen zonnestralen, maar ook tegen regendruppels. Daarnaast vangt-ie bij een botsing de eerste klap op.

Nieuwe website over auteursrecht

De FotografenFederatie heeft zojuist een nieuwe website over auteursrecht gelanceerd: een onderwerp dat onder invloed van de digitalisering en het wereldwijde web actueler én controversiëler is dan ooit. De site trapt af met een interview met directeur Vincent van den Eijnde van auteursrechtenorganisatie Pictoright, die terecht opmerkt dan veel beeldmakers beduidend principiëler zijn over hun eigen rechten dan over die van anderen. Van den Eijnde heeft zelf weinig op met de ‘militanten’ in zijn achterban, die bij het minste of geringste naar de rechter stappen – zoals schrijver Kluun aan den lijve ondervond. Aan de andere kant is een uitgehold auteursrecht de dood in de pot voor het vak.

Onze collega’s van Photofacts plaatsten onlangs een artikel over hoe je je foto het beste kunt beschermen tegen online diefstal. De conclusie: voorkomen is beter dan genezen, en in sommige gevallen kun je ook achteraf je verhaal halen, maar geen enkele preventie of remedie is waterdicht – behalve je foto’s achter slot en grendel verbergen.

Survivalgids voor straatfotografen

Straatfotografie blijft een onderwerp dat vele vragen oproept. Hoe ga je – als beroepsfotograaf of amateur – bijvoorbeeld om met publiek dat zich beroept op z’n portretrecht? En wat te doen als de politie of een particuliere beveiliger zegt dat je niet fotograferen mag?

Als vraagbaak bij dergelijke kwesties heeft de FotografenFederatie het boekje Straatfotografie – over gedrag en wat er mag uitgegeven. In handig zakformaat, zodat je het altijd bij je kunt steken. Het boekje is gratis voor leden van aangesloten beroepsverenigingen, en voor anderen voor 15 euro verkrijgbaar in de PhotoQ Webshop.