Tip van de week: auto-dit en auto-dat

Bij dit soort onderwerpen legt de AF de scherpte nogal eens op de verkeerde plaats.

Van oudsher kreeg je als beginnende amateur van ‘gevorderde’ fotografen te horen dat je je camera vooral helemaal met de hand moest instellen. Ik was vroeger nog niet zo eigenwijs als nu, dus ik heb heel lang handmatig scherpgesteld. Tot ik ontdekte dat de autofocus veel beter was in het bijhouden van bewegende onderwerpen dan ik. Er zijn natuurlijk uitzonderingssituaties, zoals wanneer de camera ondanks z’n arsenaal aan tientallen of honderden scherpstelpunten het door jou gekozen onderwerp maar niet wil ‘pakken’. Wil je bij een stilstaand onderwerp de scherpte wat meer naar voren of achteren hebben, dan kun je vaak beter de spiegelreflex- of systeemcamera op AF laten staan en waar nodig bijsturen met de scherpstelring.

Handmatig de belichting instellen: idem dito. Zelf werk ik bijna altijd met diafragmavoorkeuze, omdat ik het diafragma en de bijbehorende scherptediepte het belangrijkst vind. Wil je een wat lichter of donkerder beeld, dan pas je een belichtingscorrectie toe. Bovendien had je in de analoge tijd twee variabelen om de belichting aan de hoeveelheid licht aan te passen – diafragma en sluitertijd –, en nu heb je er een derde bij: de ISO-waarde. Ik was tot voor kort geen fan van ‘auto ISO’-standen, maar ik gebruik ‘m steeds vaker. M’n huidige camera voor alledag heeft er dan ook drie, waarbij je telkens ook nog zelf de uitgangswaarde, de bovengrens van het ISO-bereik en de ondergrens van de sluitertijd kunt instellen. Met de sensoren van nu zie je een hogere ISO-waarde ook minder snel terug in de vorm van minder scherpte en meer ruis.

Dan is er nog de automatische witbalans, en dat is een twijfelgeval. Als je in raw fotografeert, maakt het natuurlijk weinig uit. In jpeg werd van oudsher aangeraden om de witbalans met de hand in te stellen, en dan bij voorkeur op een vaste waarde. Bijvoorbeeld op 7000 K (Kelvin) in plaats van op het symbool voor bewolkt weer. Heel leuk allemaal, alleen verandert tóch de kleurtemperatuur als het zonnetje even doorbreekt. Zelf heb ik in de praktijk ervaren dat systeemcamera’s, die op de sensor meten, minder gauw de fout in gaan op de automaatstand dan spiegelreflexen.

Kortom: gemak dient de mens, en wil je toch alles handmatig instellen, dan kán dat. Alleen een woord van waarschuwing voor de Auto-schakelaar die op (verder toch zeer op handmatige bediening georiënteerde) Fujifilm X-camera’s zit. In de Auto-stand neemt de camera bijna alles over, en als je dat pas achteraf ontdekt, heb je alleen een jpeg- en géén raw-bestand!

Lees ook:Grijskaart | witkaart
Lees ook:Tip van de week: winterlandschappen
Lees ook:Tip van de week: bewust schermgebruik
Lees ook:Tip van de week: de automatiek te slim af
Lees ook:Tip van de week: warm of koud

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.