Tip van de week: hoge ISO

Nu de dagen korter worden en het zonlicht vaker verstek laat gaan, is een hogere lichtgevoeligheid een uitkomst. In het filmtijdperk was 1600 ISO zo’n beetje de bovengrens.

Het korrelpatroon van beeldruis in een onscherpe beeldpartij op ware grootte (APS-C, 12.800 ISO)

Er bestond weliswaar zwart-witfilm met een nóg hogere gevoeligheid (Kodak T-MAX 3200), maar die had korrel ter grootte van een biljartbal. Opwaarderen van een film – een hogere gevoeligheid instellen en ter compensatie langer ontwikkelen – gaf behalve een grove korrel ook een akelig hoog contrast.

De sensor in een digitale camera heeft in wezen maar één vaste gevoeligheid – meestal de laagste. Vaak is dat 100 of 200 ISO. Bij hogere ISO-instellingen wordt het signaal kunstmatig versterkt, wat leidt tot extra ruis. De eerste generaties digitale camera’s hielden het daarom meestal voor gezien bij 400 ISO. Bij digitale spiegelreflexen van een kleine tien jaar terug, zoals de Nikon D50, was de koek bij 1600 ISO op. Tegenwoordig hebben veel compactcamera’s met hun piepkleine sensoren hogere ISO-waarden in huis, en spiegelreflexen gaan vaak tot 25.600 of 51.200 ISO bij APS-C en soms wel tot ruim 100.000 ISO bij full-frame. Dit terwijl zulke camera’s vaak 24 of 36 megapixels aan boord hebben (de Nikon D50 had er 6). In principe geldt: hoe meer pixels op een bepaalde oppervlakte, hoe gauwer je last hebt van ruis.

Gelukkig heeft de techniek de afgelopen tien, vijftien jaar niet stilgestaan. Met compactcamera’s blijft het uitkijken, maar een moderne spiegelreflex of systeemcamera levert ook nog bij 1600 of 3200 ISO goede plaatjes. Een full-framecamera kan zelfs wel hogere waarden aan. Wáár de grens precies ligt, hangt niet alleen af van je camera, maar ook van je eisen. Voor een 30/40 vergroting ligt de lat hoger dan bij een plaatje voor webgebruik.

Zelfs bij hogere ISO’s hoeft ruis geen probleem te zijn. Deze 8-megapixeluitsnede van een 16-megapixelfoto (APS-C) op 3200 ISO werd in Focus over een halve pagina gedrukt zonder zichtbare ruis

In zekere zin is de geboekte vooruitgang trouwens ook te danken aan die extra megapixels. Om een bepaald eindresultaat te krijgen – of dat nu een A4-print is of een plaatje van 1200 pixels breed voor het web – moet een 24-megapixelfoto sterker worden verkleind (‘geschaald’) dan eentje van 6 megapixels. En daardoor valt eventuele ruis minder op.

Veel camera’s beschikken over ingebouwde ruisonderdrukking. Die strijkt echter niet alleen ruis glad, maar ook details weg. Als je vaak met hoge ISO-waarden werkt, kun je dat dus beter zelf doen door in raw-formaat te fotograferen en de ruis met behulp van je raw-converter te lijf te gaan.

Lees ook:Tip van de week: ruis
Lees ook:Tip van de week: ruis voorkomen, ruis genezen
Lees ook:Tip van de week: ‘Extended ISO’
Lees ook:Tip van de week: ruisonderdrukking
Lees ook:Analoog versus digitaal I

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.