Tip van de week: foto’s voor het web

Opslagruimte wordt steeds goedkoper, ook online. Bij Flickr krijgt iedere gebruiker nu een terabyte opslagruimte: de opslagcapaciteit van een flinke harde schijf. Individuele foto’s kunnen maximaal 200 MB groot zijn. De verleiding is dan groot om je hele fotoverzameling maar online te zetten, dan heb je meteen een back-up.

OvW1De vraag is wie je daarmee een dienst bewijst. Als back-up voor je originele fotobestanden is Flickr niet ideaal, aangezien deze fotodienst alleen JPEG- en PNG-bestanden ondersteunt, en geen TIFF of RAW. Als je zo’n site als online fotoalbum of portfolio gebruikt, leveren grotere foto’s met name langere wachttijden op. Lees verder


Tip van de week: storende voor- en achtergronden

Zeearend_klRetoucheren is in het digitale tijdperk veel makkelijker geworden (hoewel alles relatief is). Sommige bedreven shoppers zien er geen been in om een hele lantaarnpaal of auto uit beeld weg te klonen, of een saaie grauwe hemel boven een landschap te vervangen door een levendige wolkenlucht. Als je een lelijke, drukke en/of storende achtergrond hebt, is het echter nog steeds het simpelst om die meteen bij het maken van de foto ‘uit de scherpte te gooien’. Dat gaat het beste als je een camera met een relatief grote sensor, een langere brandpuntsafstand en een grote diafragmaopening (lage diafragmawaarde) gebruikt.

Dit trucje werkt trouwens vaak óók wanneer je een storende voorgrond wilt wegwerken. Zoals hier in diergaarde Blijdorp, waar zich zowel voor als achter de zeearend dik gaas bevindt. Lees verder

Tip van de week: groothoek

GrHoekHet tegenovergestelde van tele is groothoek, en ook daar zeggen de millimeters alléén niet alles. Het draait om de beeldhoek, en een 18 mm voor een full-framecamera heeft een wijdere beeldhoek dan een 15 mm voor een APS-C-camera.

Met zo’n grote beeldhoek krijg je heel veel in beeld, alleen wordt alles op grotere afstand al snel piepklein. Daarom zul je relatief dicht bij je onderwerp moeten gaan staan, en dat leidt weer tot het bekende ‘groothoekperspectief’ met een (overdreven) groot onderwerp op de voorgrond, terwijl alles verder weg veel kleiner lijkt. Dat ligt dus aan de afstand, en niet aan het objectief als zodanig, maar je zult er wel rekening mee moeten houden wanneer je bijvoorbeeld mensen fotografeert. Het is dan ook niet voor niets dat korte telelenzen bekendstaan als portretlenzen!

Als je de camera omhoog of omlaag richt, gebeuren er eveneens rare dingen met het perspectief: dan krijg je de beruchte vallende lijnen. Als je wilt dat bijvoorbeeld gebouwen in hun juiste verhoudingen worden weergegeven, hou dan de camera recht en knip eventueel later een stuk van de boven- en/of onderkant van de foto af. Andere dingen om voor op te passen zijn de zon, je eigen schaduw en – bij extreme groothoeken – je eigen voeten in beeld: hoe wijder de beeldhoek, hoe sneller dat gebeurt.

Tip van de week: extra lengte

Mijn eerste telelens was, zo’n drie decennia terug, een Panagor 200 mm F 3,5. Die kostte me nieuw welgeteld 129 gulden, en voor een paar tientjes kocht ik er een 2x teleconverter bij. ConverterDaarmee haalde ik een heuse 400 mm in huis, al was de beeldkwaliteit niet daverend. Maar op Agfa 200 ISO diafilm zag je daar weinig meer van…

Met een teleconverter of extender tussen objectief en camerabody verleng je de brandpuntsafstand in één klap met een factor 1,4 of 2. Je 200 mm wordt dus een 280 respectievelijk een 400 mm. In je tas neemt zo’n converter veel minder plaats in dan een echte teletoeter, en het prijskaartje is eveneens een stuk lager. Al zijn de spotprijzen van weleer verleden tijd: voor een beetje ‘vreemd merk’ converter betaal je al gauw zo’n 150 à 250 euro. En nog wel meer als je er voor optimale kwaliteit eentje wilt van je camera- of lensfabrikant. Lees verder

Tip van de week: travelling light

Wie ooit eens is meegegaan met een uitstapje van de fotoclub, zal het zich nog welTravellingLight herinneren: het clublid dat z’n hele hebben en houwen op een middagje Zierikzee of Deventer meenam. In een soortement hutkoffer voor fotografen bevonden zich een complete middenformaat- én kleinbeelduitrusting, een gigantische staafflitser en een kilo of drie, vier aan film, batterijen en accessoires. Klapper van de dag was het manshoge statief, waarmee de trotse eigenaar regelmatig het verkeer op een druk kruispunt een kwartier lang tot stilstand wist te brengen. Wanneer de expeditie tenminste niet voortijdig was afgebroken omdat een ander clublid de trouwe driepoot op de heenweg bij een noodstop voor een overstekend kind in z’n nek had gekregen.

Bij een fotoclub wordt zo’n blok aan het been omwille van de schone kunst knarsetandend verdragen. Relaties waarin de ene partner wél fotografeert en de andere niet, lopen echter dusdoende geheid op een vechtscheiding uit. Lees verder

Tip van de week: horizontaal of verticaal

Zowat alle digitale camera’s – mobiele telefoons uitgezonderd – maken foto’s die meer pixels in de breedte tellen dan in de hoogte. Meestal bedraagt de zogenaamde Nikon_D800_MBD12beeldverhouding 3:2 of 4:3. Als die verhouding je niet bevalt, kun je het beeld achteraf aansnijden. Maar van een ‘liggende’ foto een ‘staande’ foto maken (meer pixels in de hoogte dan in de breedte) is om diverse redenen niet handig. Het is slimmer om je camera meteen bij de opname een kwartslag te kantelen. Tenminste… als je camera daaraan meewerkt.

Vooral portretfotografen houden hun toestel graag verticaal, alleen al omdat de meeste mensen langer zijn dan breed (Amerikanen daargelaten). Lees verder


Tip van de week: podiumfotografie

Op de Bevrijdingsfestivals was het schitterend weer, maar voor de fotografen had het licht wat minder hard mogen zijn (voor veel muzikanten waarschijnlijk ook). Als je je voor het eerst op podiumfotografie (binnen of buiten) stort, liggen teleurstellingen op de loer. Buiten heb je meestal niet eens zo’n extreem lichtsterke lens nodig, Bevrijdingspop13en ook geen supertelekanon. Maar als je de belichting op automatisch laat staan, loop je dikke kans dat het onderwerp zwaar overbelicht wordt. Al die donkere achtergrond brengt de lichtmeter van de wijs. Ook spotmeting biedt geen garantie. Dan hangt het maar net van af wát je meet: die zwarte gitaar of dat witte T-shirt.

Zelf zet ik m’n camera altijd op M(anual) en maak een paar proefopnames die ik check. Let met name op het histogram. Lees verder

Tip van de week: slow photography

Op Koninginnedag (of Koningsdag) zullen er ongetwijfeld weer de nodige foto’s worden gemaakt. Niet zo vreemd, wanneer je bedenkt dat op Slow_photeen (herbruikbaar) geheugenkaartje van een tientje makkelijk 1000 of 2000 foto’s passen. In het analoge tijdperk haalde je voor hetzelfde bedrag pakweg anderhalf rolletje van 36 opnames in huis. En daar kwamen dan nog de ontwikkel- en afdrukkosten bij.

Geen wonder dat er toen veel zuiniger gefotografeerd werd. Maar dit was niet alléén een kwestie van geld. Van Henri Cartier-Bresson wordt verteld dat hij tijdens de studentenopstand in het Parijs van 1968 gemiddeld slechts vier foto’s per uur maakte. En Cartier-Bresson moest evenmin veel hebben van de automatische camera’s met motordrives die toen in opkomst waren. Hij vergeleek deze werkwijze met jagen met een machinegeweer.

Als de grote meester van het beslissende moment zo spaarzaam te werk ging, zet dit je aan het denken. Soms is minder inderdaad méér. Lees verder

Tip van de week: een dagje eropuit met de camera

Een late tip van de week deze keer, want ik was naar de Elf Fantasy Fair. Het evenementenseizoen is weer aangebroken, dus maak daar gebruik van! Ga om teleurstellingen te voorkomen wél van tevoren na wat de regels voor fotograferen en filmen zijn. Hoe raar het ook klinkt: bij erotiekbeurzen en dergelijke wordt fotograferen meestal niet op prijs gesteld, en bij popconcerten mag je vaak niet filmen met het oog op bootlegging. En als je mensen foto’s belooft, hou je dan ook aan die belofte. Zelf hoop ik de oogst van vandaag de komende dagen op m’n eigen website te zetten – de eerste lichting gaat hopelijk rond middernacht de digitale deur uit :-)

EFF2013kl

Tip van de week: natuur in bloei

EindelijkLente1Na een paar valse starts was het vandaag voor het eerst écht lente… Een wandeling door het (stads)park leverde een complete familie meerkoeten op, en een broedend ooievaarspaar tijdens de wisseling van de wacht op het nest. In de stad zijn dieren wel wat gewend, maar kom nooit te dicht bij een nest en laat broedende vogels of dieren met jongen nooit schrikken!

Om de beestjes zo groot in beeld te krijgen, heb je dus een lange tele- of telezoomlens nodig, en dan nog zul je vaak wel wat moeten ‘croppen’. Pas op voor trillingsonscherpte, want die ligt altijd op de loer met zo’n lange lens. Als je slechts af en toe wilde dieren of in de dierentuin fotografeert, kun je voor een relatief lage prijs een ‘ultrazoom-compactcamera’ in huis halen. Bij snel bewegende onderwerpen, zoals vliegende vogels, ben je echter kansloos met zo’n toestel. Lees verder