Categorie: "Tip van de week"

Tip van de week: niet bang voor een beetje water

Zelfs apparatuur voor amateurgebruik, zoals deze nieuwe Tamron 18-400 mm superzoom, is steeds vaker 'weerbestendig'. Beeld: Tamron/Transcontinenta

Zelfs apparatuur voor amateurgebruik, zoals deze nieuwe Tamron 18-400 mm superzoom, is steeds vaker ‘weerbestendig’. Beeld: Tamron/Transcontinenta

Je zult het altijd zien: zodra voor de meeste mensen de vakantie begint, slaat het weer om – althans in ons kikkerlandje (net zoals het vaker dan gemiddeld regent op de dag die ZONdag heet…). We hebben al eerder gemeld dat digitale camera’s verhoudingsgewijs beter bestand zijn tegen met name nattigheid dan hun analoge voorgangers. Daarbij komt dat steeds meer apparatuur, ook in het ‘amateursegment’, weerbestendig uitgevoerd is. Dat geldt niet alleen voor camerabody’s, maar ook voor objectieven en zelfs flitsers (en niet te vergeten smartphones…). Een keten is immers zo sterk als de zwakste schakel.

Tip van de week: grijsverloopfilters

Een foto zonder grijsverloopfilter. Hoewel het niet eens zo'n heel zonnige dag met extreme contrasten was, is de lucht toch wat bleek.

Een foto zonder grijsverloopfilter. Hoewel het niet eens zo’n heel zonnige dag met extreme contrasten was, is de lucht toch wat bleek.

Deze tip van de week hebben jullie eigenlijk te danken aan Bas Meelker, die tijdens de presentatie van de nieuwe Canon EOS 6D Mark II aan de oever van de Loosdrechtse Plassen een inspirerende fotopresentatie met tekst en uitleg gaf. Bas is bovenal landschapsfotograaf, en een bekend probleem bij alle vormen van landschapsfotografie is het contrast tussen het landschap en de lucht daarboven. Stel je de belichting zo in dat het landschap optimaal tot z’n recht komt, dan wordt de lucht te licht, en stem je de belichting af op de lucht, dan wordt het landschap weer te donker.

Een populaire oplossing is de HDR-techniek, waarbij een belichtingstrapje van drie of meer foto’s wordt samengevoegd in een programma als Photoshop of Lightroom.

Photoshop versus Lightroom III

Alles in één hand houden

DSCF7343-PS_schahoDé grote troefkaart van programma’s zoals Lightroom is dat alle ‘bewerkingen’ feitelijk geen bewerkingen zijn maar instellingen of – met een duur woord – parameters. Ze veranderen niets aan het oorspronkelijke (raw-)bestand zelf en ze kunnen altijd weer worden aangepast of ongedaan worden gemaakt. Dat heet met een nog duurder woord non-destructief.

Hoe fijn dit ook is bij iets als een witbalansinstelling, bij een ingreep als het wegklonen van een stofje op de sensor of een ongewenst takje in beeld is de meerwaarde gering. Persoonlijk krijg ik een staart van de lokale aanpassingen in Lightroom. Het gaat vaak nogal traag en niet al te nauwkeurig, en al die speldjes in beeld, daar wordt een mens ook niet vrolijk van… Maar ook voor het meer globale beeldbewerkingswerk schiet Lightroom naar mijn mening vaak tekort.

Photoshop versus Lightroom II

Alleskunner en specialist met vervagende grenzen

Adobe Camera Raw: eerst een stiefkindje, nu bijna gelijkwaardig aan Lightroom qua mogelijkheden - inclusief geavanceerde opties als het Gegradueerd filter.

Photoshop’s Camera Raw: eerst een stiefkindje, nu bijna gelijkwaardig aan Lightroom qua mogelijkheden – inclusief geavanceerde opties als het Gegradueerd filter.

Begin 2007 kreeg Adobe Photoshop, dat toen al ruim vijftien jaar op de markt was, gezelschap van Lightroom, dat al snel officieel Photoshop Lightroom ging heten. Ondanks die gemeenschappelijke naam zijn het twee heel verschillende programma’s. Oorspronkelijk was Lightroom vooral bedoeld als uitgebreide raw-converter, in een periode dat het raw-formaat steeds populairder werd terwijl simpele beeldbewerkingsprogramma’s op dat punt weinig mogelijkheden boden. Je moet ook bedenken dat Photoshop toen alleen te koop was, voor een prijs van (afhankelijk van het precieze pakket) pakweg 1000 euro. Met een introductieprijs van zo’n 300 euro bracht Lightroom non-destructieve raw-conversie op maat binnen het bereik van een veel grotere groep enthousiaste fotografen die het uiterste uit hun opnames wilden peuren.

Tip van de week: Photoshop versus Lightroom

I: Back to the basics?

Met name onder gevorderde fotografen is Adobe Lightroom erg populair – populairder misschien zelfs dan Photoshop. Daar zijn diverse redenen voor. Allereerst is Lightroom nog steeds ‘los’ te koop (hoelang nog is een andere vraag), terwijl Photoshop uitsluitend te huur is via een Creative Cloud-abonnement. Verder bewijst Lightroom goede diensten als zogenaamd ‘workflowprogramma’ om grote hoeveelheden raw-bestanden mee te beheren en te ontwikkelen. Je kunt zelfs al onderweg of op vakantie al wat ‘voorwerk’ doen met behulp van mobiele apps, synchronisatie en de cloud.

Zelf ben ik niet zo’n Lightroom-fan. Ik heb het programma wel (als onderdeel van mijn Creative Cloud-abonnement) maar gebruik het zelden, misschien deels omdat ik zelden grote hoeveelheden raw-bestanden te verwerken heb.

Tip van de week: de middenformaathype

Is een grotere sensor met meer pixels altijd beter?

Nu zo’n beetje iedere zichzelf (al dan niet terecht) serieus nemende fotograaf van APS-C naar full-frame is overgestapt, lonkt er een nieuwe horizon: het digitale middenformaat. Het middenformaat was in het digitale tijdperk langzaamaan geslonken tot een nichemarkt voor professionals, maar camera’s als de Hasselblad X1D en de Fujifilm GFX 50S hebben het weer bereikbaar én sexy gemaakt. Met name de Fujifilm krijgt laaiend enthousiaste recensies. Nu lijdt het geen twijfel dat de GFX een kei van een camera is. En met een prijs van zeven mille ‘kaal’ is-ie niet eens zo onbeschoft veel duurder dan de top van de full-framedivisie.

Tip van de week: zon, zon en nog eens zon

Zondag doet niet altijd z’n naam eer aan, maar volgens de meteorologen moeten we vandaag extra oppassen voor verbranding. Je camera kan niet tegen zonnebrand, maar is wel degelijk vatbaar voor oververhitting. Zeker een zwarte body die op een metalen terrastafeltje in de volle zon ligt te bakken, wordt gloeiend heet. Dat is niet best, met name voor de elektronica. Bewaar hem dus bij niet-gebruik liever in de tas, en in elk geval uit de zon.

Ook voor de sensor kan al dat zonlicht te veel worden.

Tip van de week: waar laat ik m’n foto’s?

In tien jaar tijd is de grootte van de modale foto verveelvoudigd. Naast de megapixelrace eist ook de trend naar grotere sensorformaten z’n tol. Serieuze fotografen kiezen vaker voor het raw-formaat in plaats van voor jpeg, wat eveneens grotere bestanden oplevert. Als je gebruikmaakt van de huidige burstrates tot wel 20 beelden per seconde of als je in 4K filmt, gaat het helemaal hard.

BldrpBr

Wat wringt, is dat harde schijven het afgelopen decennium nauwelijks groter zijn geworden. 1 TB voor een desktop of hooguit de helft voor een laptop is nog steeds heel normaal. Dat betekent dat je harde schijf binnen de kortste keren uit z’n voegen barst, als je niet oppast.

Tip van de week: waar laat je de horizon?

Bij veel camera's en beeldbewerkingsprogramma's kun je hulplijnen bij de compositie oproepen. Hier ligt de horizon/waterlijn volgens de regel van de derden te hoog. Maar volgens de gulden snede is het weer precies goed. Heel verwarrend allemaal...

Bij veel camera’s en beeldbewerkingsprogramma’s kun je hulplijnen bij de compositie oproepen. Hier ligt de horizon/waterlijn volgens de regel van de derden te hoog. Maar volgens de gulden snede is het weer precies goed. Heel verwarrend allemaal…

Tot de officiële doodzondes in de fotografie schijnt ook een horizon die midden door het beeld loopt te horen. Zelf snap ik daar het fijne niet zo van, maar ik ben dan ook niet zo’n regeltjesfan. Dat mensen moeite hebben met een scheve horizon, kan ik begrijpen, zeker op landschapsfoto’s. Gelukkig hebben veel camera’s een elektronisch waterpasje aan boord om zo’n scheve horizon te vermijden. En als het toch verkeerd is gegaan, kun je de horizon makkelijk achteraf letterlijk rechtzetten met je beeldbewerkingsprogramma.

Veel camera’s, met name de betere compact- en systeemcamera’s, schieten je ook te hulp bij de compositie met een lijntjespatroon in de zoeker of op het scherm. Een gangbare indeling is in negen even grote vlakken, met drie horizontale en drie verticale lijnen. Heel leuk allemaal, maar ik vind het zoekerbeeld zonder zo’n schaakbordpatroon al druk genoeg.

Tip van de week: ‘bijsnijden’ bestaat niet

Bijsnijd_1

Vijftig jaar geleden was de hoofdzonde van de gemiddelde amateurfotograaf dat hij of zij niet dicht genoeg bij z’n onderwerp kwam, als je fotobladen en boeken over fotografie uit die periode mag geloven. ‘Zoekplaatjes’, heette zoiets dan. Niet zo heel vreemd, want teleobjectieven waren voor veel amateurs onbereikbaar.

Wat dat betreft, heeft de technische vooruitgang het ons makkelijk gemaakt.