Categorie: "Tip van de week"

Tip van de week: foto’s oppeppen

ImageEnhancer

Er zijn van die dagen dat je foto’s nét te weinig fut hebben. Vaak buitenfoto’s op een heiige dag of bij zware bewolking,  of onder een waterig zonnetje vroeg of laat op dag. Zeker als je onderwerp niet zo fleurig van zichzelf is, levert dat nogal eens contrastarme foto’s in pasteltinten op.

Tip van de week: smartphonemisverstanden III

Fotostudio in zakformaat, nep is net zo goed als echt en andere reclameslogans

HuaweiBokehEtcAls je smartphonefabrikant Huawei (en die is zeker de enige niet met dit soort claims) mag geloven, zit het er bij de camera van hun nieuwe topmodel P10 Plus allemaal op. ‘Dynamic illumination’ waarmee je kennelijk studioverlichting kan nabootsen, en een ‘Natural bokeh effect’ voor (zelf)portretjes met weinig scherptediepte, zodat jij of je model niet aan de achtergrond zit vastgeplakt.

Zoals we al in de vorige aflevering hadden opgemerkt, geeft vrijwel elke smartphonecamera van nature een heel grote scherptediepte door z’n extreem korte brandpuntsafstand. Het bokeh-effect is dus kunstmatig, en wordt vaak bereikt met behulp van een tweede lens en allemaal slim rekenwerk. Heel knap allemaal, maar ‘echt’ is en blijft gewoon mooier.

Tip van de week: kleuren die clippen

KleurenclippenKVL_resIedereen kent wel het verschijnsel clipping: hoge lichten die zó helder zijn dat ze geen doortekening meer vertonen en dus spierwit worden. Dat is in het histogram te zien als een uitschieter helemaal rechts. Nu is elke kleurenfoto opgebouwd uit verschillende kleuren, en die kleuren kunnen óók clippen. Dat is dan niet alleen een kwestie van een te hoge helderheid, maar vaak ook van een te hoge kleurverzadiging. Vooral als je een foto wilt printen, moet je daarvoor op je hoede zijn.

Bij veel foto’s gaat de ene kleur sneller clippen dan de andere. KleurenclippenHistOok dat kun je zien in het histogram: bij deze foto van rozerode bloemen vertoont met name rood een piek.

Tip van de week: smartphonemisverstanden II

Megapixels: waarom de ene pixel de andere niet is

Sommige smartphones steken ‘echte’ camera’s naar de kroon qua sensorresolutie. 12, 16 of meer megapixels zijn vandaag de dag geen uitzondering. Het knelpunt is alleen dat in vrijwel alle smartphones een piepkleine beeldsensor zit, Smp_origvergelijkbaar met die in de simpelste compactcamera’s. Veel pixels op zo’n klein oppervlak betekent dat de individuele pixels klein zijn – in elk geval veel kleiner dan die bij een camera met een APS-C- of full-framesensor. En dat betekent weer: minder scherpte, meer ruis (vooral bij hogere ISO-waarden), minder nauwkeurige kleuren en een kleiner ‘dynamisch bereik’. Dat laatste komt er in de praktijk op neer dat schaduwpartijen sneller dichtlopen en hoge lichten sneller uitbleken.

Boven een uitsnede op ware pixelgrootte van bovenstaande foto met de kleine sensor van een compactcamera/smartphone, onder van een vergelijkbare foto met een APS-C-sensor, beide op 400 ISO. Behalve dat de bovenste foto minder scherp is en meer ruis bevat, zijn de kleuren minder sprekend en is zowel het wit als het zwart grauwer.

Boven een uitsnede op ware pixelgrootte van bovenstaande foto met de kleine sensor van een compactcamera/smartphone, onder van een vergelijkbare foto met een APS-C-sensor, beide op 400 ISO. Behalve dat de bovenste foto minder scherp is en meer ruis bevat, zijn de kleuren minder sprekend en is zowel het wit als het zwart grauwer.

Er is geëxperimenteerd met grotere sensoren, maar grote sensoren betekenen ook grotere objectieven waardoor de smartphone al snel niet meer in je zak past.

Tip van de week: smartphonemisverstanden

1: ‘digitale zoom’

De compactcamera maakt meer en meer plaats voor de smartphone. Het feit dat je die toch al steevast op zak hebt, is natuurlijk een sterk punt. Aan de andere kant heeft een ‘echte’ camera nog steeds de beste kaarten op het fotografische vlak. De komende weken zullen we enkele hardnekkige ‘smartphonemisverstanden’ annex verkooppraatjes ontzenuwen. Te beginnen met de zogenaamde ‘digitale zoom’.

Tip van de week: tegenlicht

Tegenlicht… in tegenstelling tot m’n voorganger ben ik er niet gek op. Bij mensenfoto’s op korte afstand kan een invulflitsje vaak nog wel voorkomen dat een portret een silhouet wordt, maar bij een foto van een gebouw of een landschap moet je door het keiharde contrast in veel gevallen kiezen tussen een dichtgelopen voorgrond of een uitgebleekte lucht.

TegenlichtACR

Ook de licht- en witbalansmeting van de camera hebben het er moeilijk mee. In raw-formaat fotograferen is bijna een noodzaak: in de raw-converter kun je de schaduwpartijen ophalen en de hoge lichten dimmen, zodat het contrast zogezegd op één foto past.

Tip van de week: invulflits bij veel licht

Zonder invulflitsje waren de musicerende meisjes te donker geworden. Koningsdag 2016 met Fujifilm X70.

Zonder invulflitsje waren de musicerende meisjes te donker geworden. Koningsdag 2016 met Fujifilm X70.

Veel fotografen hebben om diverse redenen een broertje dood aan flitslicht. Veel moderne camera’s kunnen ook prima zonder bij weinig licht. De sensoren van tegenwoordig leveren ook bij hoge ISO-waarden goede plaatjes af, en beeldstabilisatie doet de rest. Paradoxaal genoeg heb je die vermaledijde flitser daardoor juist bij veel licht het hardst nodig. Bijvoorbeeld bij een buitenportretje met tegenlicht, om te voorkomen dat je modellen als silhouet op de foto komen, met ‘zwarte gaten’ op de plekken waar hun ogen hadden moeten zitten.

‘Inflitsen’ gaat het makkelijkst als je niet vastzit aan de zogenaamde flitssynchronisatietijd: de kortste tijd waarmee je camera normaliter kan flitsen. Zonder te technisch te worden, is dat de kortste tijd waarop de spleetsluiter van je spiegelreflex- of systeemcamera helemaal opengaat.

Tip van de week: vintage look

Huis Tinnenburg in Amersfoort. Met Nik Analog Efex Pro werd de kleurverzadiging teruggeschroefd en vignettering toegevoegd (de donkere hoekjes). Dit kan allemaal ook in Photoshop.

Huis Tinnenburg in Amersfoort. Met Nik Analog Efex Pro werd de kleurverzadiging teruggeschroefd en vignettering toegevoegd (de donkere hoekjes). Dit kan allemaal ook in Photoshop.

Ook in de fotografie is retro helemaal in, getuige het succes van bedrijven als Lomography.com en Meyer Optik Görlitz. App-bouwers doen goede zaken met filtertjes om je digitale foto’s een verouderingskuur te geven, en op Instagram is een analoge look eveneens erg gewild.

De simpelste stap om je foto ouder te laten lijken dan-ie eigenlijk is, is natuurlijk het beeld omzetten naar zwart-wit. Bij voorkeur geen echt zwart-wit, maar een bruintint (sepia), waardoor het lijkt alsof de foto is vergeeld. Wat bij sommige foto’s ook goed werkt, is een nabootsing van de zogenaamde ‘orthochromatische’ film: een oud type zwart-witfilm dat ongevoelig was voor bepaalde kleuren licht (met name rood).

Tip van de week: beeldverhoudingen

Beeldverh

Net als nu had je in de analoge tijd al diverse ‘beeldverhoudingen’: de verhouding tussen breedte en hoogte van het negatief. Naast het populaire kleinbeeldformaat (3:2) had je zowel breedbeeld- of panoramacamera’s als camera’s die vierkante beelden maakten (Rolleiflex, Instamatic). Een enkele camera kon zowel ‘gewone’ als panoramafoto’s maken door een maskertje in het filmvenster, maar bij de meeste camera’s zat je vast aan één vaste verhouding. Ook bij het afdrukken hielden bijna alle centrales die standaardbeeldverhouding aan. Alleen dokawerkers hadden tot op zekere hoogte de vrije hand.

Bij de meeste digitale camera’s heeft de sensor een breedte/hoogteverhouding van 3:2 (full-frame/APS-C) of 4:3 (Micro Four Thirds en compactcamera’s). Het grote verschil met analoog is dat je niet aan die verhouding bent gebonden.

Tip van de week: auto-dit en auto-dat

Bij dit soort onderwerpen legt de AF de scherpte nogal eens op de verkeerde plaats.

Bij dit soort onderwerpen legt de AF de scherpte nogal eens op de verkeerde plaats.

Van oudsher kreeg je als beginnende amateur van ‘gevorderde’ fotografen te horen dat je je camera vooral helemaal met de hand moest instellen. Ik was vroeger nog niet zo eigenwijs als nu, dus ik heb heel lang handmatig scherpgesteld. Tot ik ontdekte dat de autofocus veel beter was in het bijhouden van bewegende onderwerpen dan ik. Er zijn natuurlijk uitzonderingssituaties, zoals wanneer de camera ondanks z’n arsenaal aan tientallen of honderden scherpstelpunten het door jou gekozen onderwerp maar niet wil ‘pakken’. Wil je bij een stilstaand onderwerp de scherpte wat meer naar voren of achteren hebben, dan kun je vaak beter de spiegelreflex- of systeemcamera op AF laten staan en waar nodig bijsturen met de scherpstelring.

Handmatig de belichting instellen: idem dito. Zelf werk ik bijna altijd met diafragmavoorkeuze, omdat ik het diafragma en de bijbehorende scherptediepte het belangrijkst vind.