Tip van de week: de beginselen van beeldbewerking

Met de zomervakantie achter de rug en de donkere dagen in het verschiet neemt menigeen weer ’s avonds of in het weekend plaats achter de computer om de oogst van de afgelopen maanden te bewerken. Een paar tips om tijd te besparen en ergernissen te voorkomen.

Maak altijd een back-up. We kunnen het niet vaak genoeg zeggen. En wel voordat je foto’s gaat weggooien of bewerken.

Hou altijd je histogram in het oog, zeker bij ingrijpende kleurbewerkingen. Als dat opeens grote uitschieters gaat vertonen of juist als een pudding in elkaar zakt, is de kans groot dat je de boel forceert.

Werk zo veel mogelijk non-destructief. Bij elke bewerking of omzetting gaat de beeldkwaliteit iets achteruit. Door met raw-bestanden te werken en zo veel mogelijk bij de omzetting (‘raw-conversie’) te doen, beperk je de schade. Je kunt immers bij raw altijd op je schreden terug. In Photoshop of een vergelijkbaar programma kun je ook Lagen of Aanpassingslagen gebruiken. Ook die kun je naderhand verwijderen of aanpassen als het resultaat achteraf niet bevalt. Mits je het bestand ook in laagvorm hebt opgeslagen, en daarmee heb je meteen het grootste nadeel te pakken: je fotobestanden worden dan wel erg groot.

Niet dubbelop. Heb je een bestand bewerkt – bijvoorbeeld de kleurverzadiging verhoogd – en is het allemaal nét te? Ga dan niet in de rebound de kleurverzadiging weer verlagen, maar maak de bewuste bewerking ongedaan (Cmd en Z op de Mac, Ctrl en Z bij Windows) en probeer het opnieuw of kies in het hoofdmenu Vervagen… Hetzelfde geldt als de ingreep net te zwak blijkt: beter één keer goed dan in twee of drie stappen. Bij een hele reeks bewerkingen kun je ‘terug in de tijd’ via het Historie-palet.

Bij veelvoorkomende bewerkingen kun je een zogenaamde Preset of Voorinstelling aanmaken: dat bespaart tijd en voorkomt dat je elke keer opnieuw het wiel moet uitvinden. Iets soortgelijks geldt bij de conversie van een hele reeks raw-opnames onder vergelijkbare opnameomstandigheden. In Photoshop of Lightroom kun je de Instellingen synchroniseren. Je kunt dan alsnog bij elke foto apart kleine aanpassingen doorvoeren, maar de boel staat alvast in grote lijnen in de steigers.

Let op de volgorde. Sommige bewerkingen doe je bij voorkeur helemaal aan het eind. Dat geldt voor verscherping, maar ook voor iets als verkleining. Van groot naar klein kan altijd nog; andersom niet.

Last but not least: sla je bewerkingen altijd op onder een andere bestandsnaam. Zeker als je in jpeg werkt, anders loop je het risico dat je het oorspronkelijke bestand overschrijft.

Lees ook:Tip van de week: haal méér uit Camera Raw (2)
Lees ook:Tip van de week: Openen in Camera Raw
Lees ook:Tip van de week: foto’s bewerken zonder schade
Lees ook:Fotografische afko’s (2) – XMP
Lees ook:Tip van de week: raw-ontwikkeling in sneltreinvaart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.