Tip van de week: invulflits bij veel licht

Zonder invulflitsje waren de musicerende meisjes te donker geworden. Koningsdag 2016 met Fujifilm X70.

Veel fotografen hebben om diverse redenen een broertje dood aan flitslicht. Veel moderne camera’s kunnen ook prima zonder bij weinig licht. De sensoren van tegenwoordig leveren ook bij hoge ISO-waarden goede plaatjes af, en beeldstabilisatie doet de rest. Paradoxaal genoeg heb je die vermaledijde flitser daardoor juist bij veel licht het hardst nodig. Bijvoorbeeld bij een buitenportretje met tegenlicht, om te voorkomen dat je modellen als silhouet op de foto komen, met ‘zwarte gaten’ op de plekken waar hun ogen hadden moeten zitten.

‘Inflitsen’ gaat het makkelijkst als je niet vastzit aan de zogenaamde flitssynchronisatietijd: de kortste tijd waarmee je camera normaliter kan flitsen. Zonder te technisch te worden, is dat de kortste tijd waarop de spleetsluiter van je spiegelreflex- of systeemcamera helemaal opengaat. Bij kortere tijden wordt de sensor door een steeds smaller spleetje tussen de sluiterlamellen belicht, en dan zou de flits – die extreem kort duurt – slechts een klein stukje beeld bereiken. De oplossing is een flits die langer duurt dan normaal, of een hele serie korte flitsjes. Dat kan met zogenaamde hi-speed- of korte-tijdensynchronisatie. Dan flits je niet met 1/200 seconde, maar bijvoorbeeld met 1/1000 seconde. Bijkomend voordeel is dat je door die kortere sluitertijd grotere diafragmaopeningen kunt gebruiken. Dat geeft minder scherptediepte, zodat je onderwerp minder gauw aan de té scherpe achtergrond vastgeplakt lijkt. Zowel je camera als je flitser moet die functie aan boord hebben.

Veel compactcamera’s en een enkele camera met verwisselbare objectieven (de Hasselblad X1D) hebben een zogenaamde centraalsluiter, die zit ingebouwd in het objectief. Dat geldt ook voor ‘elitecompacts’ zoals de Fujifilm X100-serie en m’n eigen X70. Daarmee kun je eveneens bij korte sluitertijden flitsen. Korte-tijdensynchronisatie heeft wél een nadeel: de lichtopbrengst loopt terug. Maar je bent met een flitser sowieso veroordeeld tot korte opnameafstanden.

Bij een invulflits is de kunst om het subtiel te houden: het flitslicht moet in harmonie zijn met het aanwezige licht en mag nooit overheersen. Als het flitslicht te dominant is (of de foto te licht wordt), kun je de flitser dimmen met een zogenaamde flitsbelichtingscorrectie. Soms moet je die op de flitser instellen, maar vaak kan het ook via het cameramenu.

Lees ook:Tip van de Week: flitsen op maat
Lees ook:Tip van de week: flitslicht met een kleurtje
Lees ook:Flitsend flitsen
Lees ook:Tip van de week: licht in de duisternis
Lees ook:Tip van de week: elektronische sluiters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.