Tip van de week: het ene scherm is het andere niet

Geen spannend plaatje misschien, maar wél een goed uitgangspunt bij beeldbewerking.

‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…’ Ook in de wereld van de beeldbewerking is dit geen onbekend fenomeen. De reden: foto’s worden bewerkt én meestal ook bekeken op een beeldscherm, en het ene scherm is het andere niet. Dus een foto(bewerking) die op de computer van A van het scherm lijkt te spatten, kan op de computer van B wel eens heel bleek en gewoontjes lijken.

Natuurlijk kun je een hoop doen om de grootste missers te vermijden. Het begint met de helderheid: veel mensen hebben hun scherm op de helderste stand staan. Daardoor lijken hun foto’s lichter en vaak ook contrastrijker dan dat ze in werkelijkheid zijn. Als je daarvoor corrigeert, rollen ze elders te donker en flets over het scherm of uit de printer. Ook heel vervelend als het bijvoorbeeld een website betreft.

Of de helderheid en het contrast van jouw scherm zich binnen de normale bandbreedte bevinden, kun je eenvoudig checken: diverse websites hebben zo’n strook van zwarte, grijze en witte blokjes, die allemaal met het blote oog te onderscheiden moeten zijn. De zogenaamde ‘gammawaarde’ dient op ‘2.2’ ingesteld te zijn – meestal ís dat ook standaard zo (behalve bij oude Apple-computers), dus ga er niet mee rommelen als je niet precies weet wat je doet. Bij belichtingskwesties kun je beter het histogram dan het schermbeeld als graadmeter gebruiken – dat geldt voor het scherm van je computer (bijna) net zo goed als voor dat van je camera.

Van links naar rechts: te helder, te contrastrijk, en te verzadigd en te warm. Drie veelvoorkomende fouten bij scherminstellingen, die je bij het beeldbewerken parten kunnen spelen.

Kleur is een lastiger verhaal. Er zijn apparaten om de kleuren van je scherm te kalibreren, maar op mijn Mac heb ik daar persoonlijk slechte ervaringen mee. Sowieso zijn de ledschermen van nu betrouwbaarder dan oudere schermen, al zijn er nog steeds flinke verschillen. Aan een scherm dat pakweg 200 euro kost, mag je niet dezelfde eisen stellen als aan een scherm van twee mille. Ook hier geldt: als je op de bonnefooi flink met de knoppen gaat spelen om een zo kleurrijk mogelijk plaatje uit je scherm te persen, wordt het verschil tussen jouw werkelijkheid en die van de rest van de wereld steeds groter. Hou kleurweergave en helderheid zo veel mogelijk constant, net als de verlichting op je ‘werkplek’. Buiten in de volle zon op je laptop foto’s gaan bewerken is sowieso vragen om narigheid.

Staar je ten slotte niet blind op bigger is better. Schermen verschillen niet alleen onderling op de punten formaat en kwaliteit. De meeste schermen hebben een resolutie van plusminus 100 pixels per inch. Als je overstapt op een hi-res ‘4K-scherm’ zoals de Retina-schermen van Apple is dat even wennen, want die Retina-schermen hebben een resolutie van ruim 200 pixels per inch. Op 100% is alles opeens veel kleiner in beeld – hou daar rekening mee als je verscherpt of ruis te lijf gaat. In principe kun je met zo’n Retina-scherm prima tot 200% inzoomen: in wezen zie je dan ongeveer hetzelfde als met een standaardscherm op 100%.

Lees ook:Nieuwe iMacs: Retina-scherm (bijna) standaard
Lees ook:Spiegelreflex of systeemcamera? III
Lees ook:Tip van de week: foto’s verkleinen (of vergroten)
Lees ook:Scherp of niet scherp – IV
Lees ook:Zwart-witte Piet en iMac met 5K Retina-scherm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.