Tip van de week: zonsondergangen

Naarmate de dagen langer worden en de zon hoger aan de hemel komt te staan, worden vroeg in de ochtend en laat in de middag steeds meer de beste tijden om buiten te fotograferen. Het licht is warmer van kleur en zachter, en de schaduwen zijn langer en minder zwart.

Vooral zonsondergangen zijn – terecht – populair. Je hoeft niet eens naar het buitenland om een mooie te vinden. Mits je goed – lees: krap – belicht, verschijnt de voorgrond op de foto als een stemmig silhouet. In tegenstelling tot bij een normale tegenlichtopname laat je de belichtingsautomaat dus niet over- maar onderbelichten (‘mincorrectie’). Om de warme rode en gele tinten te behouden, zet je de witbalans van automatisch op daglicht (‘zonnetje’) of – als je voor extreme kleuren gaat – bewolkt (‘wolkje’). Meestal stel je scherp op het landschap in de verte, dus op oneindig. Maar ook een paar scherpe boomtakken met op de achtergrond de onscherpe avondhemel kunnen het heel goed doen.

Ook wanneer de zon ondergaat, kan het licht nog akelig fel zijn. Kijk dus niet te lang achtereen door de zoeker, zeker wanneer je een telelens gebruikt.

Lees ook:Tip van de week: kleuren die kloppen
Lees ook:Tip 33| Witbalans: altijd instellen!
Lees ook:Tip van de week: warm of koud
Lees ook:De eerste sneeuw
Lees ook:Hoera, het sneeuwt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.