Categorie: "Tip van de week"

Tip van de Week: belichtingscorrectie

witMisschien komt het je bekend voor: op die foto’s die je afgelopen winter hebt gemaakt, lijkt de sneeuw niet echt wit maar lichtgrijs. Terwijl die prachtige avondschemering in Portugal weer veel te flets is uitgevallen.

De lichtmeter in je camera is een hypergeavanceerd stukje techniek. Toch gaat ‘ie in sommige situaties bijna geheid de fout in. Dit komt doordat elke meter is geijkt op een gemiddelde tint: middengrijs. Als je niet ingrijpt, worden onderwerpen die hoofdzakelijk uit lichte tinten bestaan te donker weergegeven, en donkere onderwerpen weer te licht.

Met de zogenaamde belichtingscorrectie, vaak te vinden onder een knop met het symbooltje +/-, zet je de belichtingsautomaat weer op het juiste spoor. Met een pluscorrectie maak je het beeld lichter en met een mincorrectie donkerder.

Tip van de Week: weinig licht

Ook in de zomer wordt het op een gegeven moment donker. Té donker om nog scherpe foto’s te maken uit de hand, zelfs met beeldstabilisatie. Als het diafragma van je lens niet verder open kan en flitsen geen optie is, zul je ofwel de lichtgevoeligheid (ISO-waarde) Lowlightmoeten verhogen, ofwel een statief moeten gebruiken.

Bij moderne spiegelreflex-camera’s is een hogere ISO-waarde niet zo’n probleem, zeker als je beeldbewerkings-programma over een goed ruisfilter beschikt. Tenzij je enorme uitvergrotingen maakt, kun je de ISO-waarde gerust tot 800 of zelfs 1600 opkrikken zonder catastrofale gevolgen voor de beeldkwaliteit.

Tip van de Week: digitale glamour

Bij portret- en modelfotografie kan scherp ook wel eens té scherp zijn. Elk rimpeltje, haartje of pukkeltje is duidelijk zichtbaar. De verleiding is dan groot om te gaan poetsen in Photoshop. Vaak met een compleet gladgestreken ‘kunststof’ huid als resultaat.

Niemand is volmaakt (gelukkig maar…), dus hou het vooral natuurlijk. glamour1Kleine wondjes, pukkeltjes en andere plaatselijke ‘schoonheids-foutjes’ kun je onzichtbaar wegwerken met het Kloonstempel of het Snel retoucheerpenseel. Maak er echter geen pleisterwerk van! Met het gereedschap Tegenhouden, ingesteld op Hooglichten in de optiebalk bovenin, maak je gelige tanden wat witter. Ook hier geldt dat overdaad schaadt!

Tip van de Week: schaduwen ophelderen

Ophelderen3Zonnig weer betekent hoge contrasten. Je digitale camera kan daar minder goed mee uit de voeten dan het menselijk oog. Als het contrast tussen licht en schaduw te groot wordt, worden donkere delen van het beeld helemaal pikzwart en lichte delen spierwit.

Klassiek voorbeeld is een portretje aan het strand. Als je jouw model met het gezicht naar de zon fotografeert, knijpt die zijn of haar ogen geheid dicht tot kleine spleetjes. Al valt daar hoogstwaarschijnlijk weinig meer van te zien, want het harde licht werpt zware slagschaduwen in de oogkassen…

Als je de geportretteerde met de rug richting zon op de plaat zet, ontstaat er een ander probleem: in veel gevallen blijft er weinig meer over dan een silhouet. Je kunt zo’n tegenlichtsituatie op drie verschillende manieren te lijf.

Tip van de Week: selectieve scherpte

scherpte1Hoe je scherpere foto’s krijgt, kwam al eerder aan bod in deze rubriek. Maximale scherpte is echter lang niet altijd een must. Bij een drukke achtergrond bijvoorbeeld is het mooier wanneer deze onscherp wordt weergegeven. Zo steekt het scherpe hoofdonderwerp er duidelijker tegen af. En een snelbewegend onderwerp dat met een extreem korte sluitertijd is ‘bevroren’, lijkt op een foto stil te staan (of te hangen in de lucht). Met een beetje bewegings-onscherpte hier en daar accentueer je de snelheid.

De scherptediepte (wat van voor tot achter scherp in beeld komt) regel je met het diafragma. Hoe lager de diafragmawaarde (dus hoe groter de diafragma-opening), hoe minder scherptediepte. Zo kun je een onderwerp als het ware isoleren van zijn omgeving, die vaag maar meestal nog wel herkenbaar wordt weergegeven. Ook op dit vlak bewijzen lichtsterke lenzen – die een grote maximale opening hebben – hun nut.

Tip van de Week: bewust bewerken

Foto’s bewerken doen we bijna allemaal. De ene keer om een overbelichte of nogal contrastarme opname van de ondergang te redden; de andere keer puur om een serie plaatjes op maat te maken voor een website of blog.

Bewerken1Beeldbewerking is vooral een kwestie van smaak. De een is gek op surrealistische filtereffecten, terwijl de ander het liever zo natuurlijk mogelijk houdt. Er is echter één ding waar alle experts het over eens zijn, en dat is dat je jouw bewerkingen altijd moet opslaan onder een andere naam! Anders overschrijf je de originelen met de bewerkingen. Wanneer je jouw foto’s van 12 megapixels hebt verkleind tot miniatuurformaat voor het web, is dat op z’n zachtst gezegd rampzalig. Zeker als je geen back-up hebt gemaakt, terwijl de bewuste geheugenkaart intussen opnieuw is geformatteerd.

Tip van de Week: scherpere foto’s

Onscherpe plaatjes zijn een bron van frustratie voor beginnende fotografen. Er kunnen verschillende oorzaken zijn. Je onderwerp heeft bewogen, jij hebt zelf bewogen, of de scherpstelling zat ernaast.

onscherp1Waar het precies misging, is vaak eenvoudig te zien. In het eerste geval is alleen het bewegende onderwerp vaag, terwijl stilstaande personen of voorwerpen op ongeveer dezelfde afstand wél scherp zijn. De remedie is een kortere sluitertijd, al kan een beetje ‘bewegingsonscherpte’ ook best mooi zijn.

Als je zelf hebt bewogen tijdens de belichting, is de hele foto wazig. Ook dan zul je een kortere sluitertijd moeten kiezen, al kan beeldstabilisatie tot op zekere hoogte soelaas bieden. Verwacht hier echter niet te veel van: bij echt lange sluitertijden van 1/8 seconde en langer zit je meestal letterlijk vast aan een statief. Tegen snelbewegende onderwerpen begint beeldstabilisatie uiteraard niets.

Tip van de Week: flitsen op maat

Inflitsen1Veel prille beginners beschouwen het ingebouwde flitsertje van hun camera als iets wat alleen bij nacht en ontij van pas komt. Maar juist overdag kun je veel plezier hebben van een flitser, bij voorkeur een los exemplaar dat je op het flitsvoetje zet. Door bij tegenlicht ‘in te flitsen’, voorkom je dat je onderwerp als silhouet op de foto verschijnt. Bovendien helder je zo donkere schaduwen op en krijgen portretten een levendig glimlichtje in de ogen.

De kunst is om een overbelichte – dus te fletse – opname te vermijden. In principe kun je, althans met een spiegelreflex, niet flitsen met een kortere sluitertijd dan de zogenaamde synchronisatietijd: doorgaans 1/125 tot 1/250 seconde. Bij fel daglicht zit je dan aan idioot hoge diafragmawaarden vast. Daardoor krijg je foto’s die van voor tot achter scherp zijn, en dat is meestal niet de bedoeling.

Tip van de Week: plenty energie

In het digitale tijdperk draait niets meer zonder stroom. Ga dus nooit zonder opgeladen accu of batterijen op stap, en steek liefst een reserve-exemplaar op zak. De gangbare lithium-ionaccu’s kunnen Energie1probleemloos tussentijds worden bijgeladen. Sommige goedkopere compactcamera’s, een enkele spiegelreflex en de meeste flitsers slikken alleen penlights. De oplaadbare NiMH-variant is de beste en meest milieuvriendelijke keus. Vroeger waren zulke accu’s erg vatbaar voor zelfontlading, waardoor je ze altijd vlak voor gebruik moest (bij)laden. Bij de nieuwste modellen, zoals de Sanyo Eneloop, is dat gelukkig verleden tijd. Ze zijn zelfs al direct na aankoop bedrijfsklaar!

Tip van de Week: je eigen webgalerie

galerie1Je hoeft niet wereldberoemd of ijdel te zijn om er je eigen webgalerie op na te houden. Stel dat je als ‘straatfotograaf’ of tijdens evenementen regelmatig wildvreemden op de plaat zet. Met een leuke foto als tegenprestatie creëer je een grote dosis goodwill, en geef je in eerste instantie onwillige modellen vaak het benodigde zetje in de rug. Kortom: een schoolvoorbeeld van kleine moeite, groot plezier!