Categorie: "Tip van de week"

Tip van de week: je eigen fotokaart

Kerstmis staat alweer voor de deur, op de voet gevolgd door Oud en Nieuw. Traditioneel de tijd waarin de meeste wenskaarten worden verstuurd. Als fotograaf ontkom je bijna niet aan het maken van je eigen wenskaart. Dit kon al in het filmtijdperk, en is nu alleen nog maar leuker, creatiever en makkelijker geworden. Sommige aanbieders – waaronder TNT Post en Kaartje2Gokunnen je ontwerpen zelfs voor je frankeren en versturen. Handig als je je met dit barre weer liever niet tweemaal naar buiten waagt: eerst om je kaarten op te halen en vervolgens om ze op de bus te doen. En natuurlijk óók handig wanneer je op de valreep ontdekt dat je toch iemand bent vergeten…

Helemaal digitaal gaat het natuurlijk nóg sneller en goedkoper. Bij veel aanbieders kun je terecht voor gratis e-cards. In sommige gevallen kun je zelfs je eigen foto gebruiken, zoals bij GoCards.

Tip van de week: ontspanvertraging

Toen de eerste digitale consumentencamera’s hun opwachting maakten, was niet alleen de beeldkwaliteit nog verre van ideaal. Een veelgehoorde grap was dat je om een zonsondergang te fotograferen, al ’s ochtends vroeg de ontspanknop moest indrukken. Hoewel er op dit front grote verbeteringen zijn geboekt, laat vooral bij compactcamera’s de reactiesnelheid vaak te wensen over. Bij spontane momenten en snel bewegende onderwerpen vis je daardoor achter het net.

Op de keper beschouwd, is de ontspanvertraging de tijd die verloopt tussen het moment dat jij de ontspanknop indrukt en het moment dat de foto wordt gemaakt. Deze vertraging is tegenwoordig in de meeste gevallen verwaarloosbaar. In de praktijk komt er echter vaak nog extra ‘wachttijd’ bij doordat de camera eerst moet scherpstellen. Dit geldt met name voor compact- en in mindere mate ook voor EVIL-camera’s. En juist die scherpstelvertraging levert veel gemiste fotokansen op.

Tip van de week: fotoclubbing

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw ben ik korte tijd lid geweest van een fotoclub. Dat was toentertijd een uitstervend genootschap van (eigen)wijze oudere heren, dat eenmaal in de zoveel tijd bijeenkwam teneinde recepten voor ontwikkelaar en kamerbrede foto’s op barietpapier van roestige lantaarnpalen uit te wisselen. Ik was toen zelf een stuk jonger en energieker dan nu, en hield het al snel voor bekeken.

Het leek er lange tijd op dat de fotoclubs, in het voetspoor van de serieuze amateurfotografie, een langzame dood zouden sterven. Maar nu fotografie weer een hippe hobby is, óók voor jongeren en vrouwen, blijkt dat veel clubs de digitale draad hebben opgepakt.

Tip van de week: koude start

Uit het kleine nieuws van woensdag: een fietser die in de polder onwel was geworden door de kou, waarschijnlijk omdat hij zonder handschoenen had gefietst. Wat een fietser kan overkomen, kan natuurlijk ook gebeuren met een fotograaf. Als je dus de komende dagen naar buiten gaat om winterplaatjes te schieten, bescherm dan niet alleen je camera, maar ook jezelf. Behalve warm ondergoed, een dikke trui, winterjas en sjaal zijn warme sokken (liefst van wol), stevig schoeisel en handschoenen een must.

Iedere fotograaf weet dat het met handschoenen aan lastig werken is. Maar zodra het gevoel uit je vingers begint te verdwijnen, is het eigenlijk al te laat. Er zijn vingerloze handschoenen speciaal voor fotografen, maar de meningen daarover zijn verdeeld.

Tip van de week: ruis

Vertonen je foto’s bij flinke vergrotingen of ingezoomd op het scherm allemaal stippeltjes en kleine kleurvlekjes? Dan heeft je camera last van beeldruis. Ruis speelt vooral op bij hoge ISO-waarden. Compactcamera’s hebben er sneller last van dan spiegelreflexen, door hun kleinere beeldchip. Vooral cameraatjes met 12 of 14 megapixels zijn van huis uit nogal ruisgevoelig. De nieuwste generatie spiegelreflexen, met een CMOS-beeldchip aan boord in plaats van de traditionele CCD, scoort ondanks de extra pixels juist beter dan toestellen van een paar jaar geleden.

In wezen zijn er twee soorten ruis: luminantieruis (zeg maar de ‘korrel’) en kleurruis (verdwaalde gekleurde spikkeltjes in beeld). Vooral kleurruis is knap irritant, want een beetje korrel kan – net als in het filmtijdperk – best sfeervol zijn. Zeker in zwart-wit. Je kunt de ruis binnen de perken houden door zo laag mogelijke ISO-waarden te kiezen, al is dat bij weinig licht soms makkelijker gezegd dan gedaan. Weersta de verleiding om onder te belichten, want dat werkt ruis extra in de hand.

Tip van de week: jpeg of raw?

Sommige fotografen halen hun neus op voor het standaard jpeg-formaat waarin de meesten van ons hun plaatjes schieten. Volgens zulke fijnproevers is het raw-formaat, dat je eerst zelf moet ‘ontwikkelen’, het neusje van de zalm. Rawjpg1Volgens anderen is dit onzin. Wat is hier nu van waar?

Laten we eerst een paar hardnekkige misverstanden uit de wereld helpen. Je hoort wel eens dat raw-foto’s scherper zou zijn. Strikt genomen is het tegendeel waar, want jpeg-foto’s hebben in de camera een reeks bewerkingen ondergaan, waaronder verscherping. Wél kun je er, door een nauwkeurige ‘ontwikkeling’, voor zorgen dat meer detail zichtbaar blijft.

Een veelgehoord bezwaar tegen raw waren altijd de grote bestanden. Op zich klopt dat, maar met de geheugenkaarten van nu maakt dat niet zo heel veel uit. Ter vergelijking: in de hoogste kwaliteit jpeg hoest mijn spiegelreflex plaatjes op van bijna 10 megabyte per stuk. In raw worden het er 23. Het schéélt, uiteraard, maar er passen nog steeds honderden opnamen op één kaart. Wél is het zo dat het wegschrijven naar de kaart meer tijd kost, en dat het buffergeheugen van je camera sneller volloopt. Daardoor zit je bij serieopnamen eerder aan je taks.

Tip van de week: wind en regen

Dat het volop herfst is, zal niemand ontgaan… Maar elk weer is fotoweer, zeker als je een (spat)waterdichte camera hebt. Regen1Toch blijven er ook dan een paar dingen waarvoor je moet oppassen. Regendruppels en/of vlekken op de lens kosten scherpte en contrast, en contrast is bij somber weer toch al een schaars goed. Houd je lens dus zo goed mogelijk droog met een zonnekap. Richt de lens omlaag of plaats de lensdop terwijl je de camera niet gebruikt, en veeg verdwaalde druppels af en toe voorzichtig weg met een speciaal lensdoekje.

Bij lenzen wisselen is het altijd uitkijken geblazen. Dat geldt voor een spiegelreflex, maar nog meer bij een EVIL-camera. Daar ontbreekt namelijk de beschermende spiegel voor de beeldsensor. Voor je het weet zit er allemaal vuil op je sensor, dat lelijke vlekjes op je foto’s geeft.

Tip van de week: mis minder fotokansen

In het filmtijdperk was het een klassieke beginnersfout. De finish van een wielerwedstrijd of het AFC1ringen wisselen bij een bruiloft proberen vast te leggen met nog maar twee of drie opnamen op je rolletje. Met een geheugenkaart van 4 of 8 gigabyte zal je dat tegenwoordig niet gauw meer overkomen. Toch kan het gebeuren dat op het moment suprême je camera ‘spontaan’ dienst weigert.

In de meeste gevallen blokkeert de ontspanknop doordat de automatische scherpstelling geen vat krijgt op het onderwerp. In sommige situaties is het beter om over te schakelen op handmatige scherpstelling en/of de scherpstelling vooraf op een bepaalde afstand te vergrendelen.

Tip van de week: meer fut in je foto’s

Grauw weer geeft vaak grauwe foto’s. Kleuren ogen futloos, en wat diepzwart of helderwit zou moeten zijn, is donker- of lichtgrijs. In fotografenjargon zeggen we dan dat een foto weinig contrast heeft. Contrast1Terwijl een verkeerde belichting (de hele foto is veel te licht of te donker) dikwijls funest is, valt hier gelukkig vaak wel wat aan te doen.

Met veel fotobewerkingssoftware kun je de Helderheid en het Contrast aanpassen. Dat is de simpelste, maar niet altijd de beste methode. Gevorderden nemen liever hun toevlucht tot het aanpassen van de Niveaus (Levels). Bij een populair programma als Photoshop Elements vind je die in het menu bovenaan onder Verbeteren > Belichting aanpassen > Niveaus. Er verschijnt dan een grafiekje in beeld, histogram genaamd. Bij een goed belichte en contrastrijke foto begint het ‘heuvellandschap’ bij het zwarte driehoekje links, en loopt het door tot het witte driehoekje rechts.

Tip van de week: van analoog naar digitaal

Eén van de redenen dat analoge fotografie zo snel door digitale is verdrongen, is dat analoge foto’s – of liever gezegd negatieven – erg EpsonScankwetsbaar zijn. Terwijl digitale fotobestanden in principe het eeuwige leven hebben en onbeperkt dupliceerbaar zijn, is ieder negatief een unicum dat aan veroudering onderhevig is. Om maar te zwijgen van het risico op beschadigingen en verlies.

Wacht dus niet te lang met het digitaliseren van je dierbaarste dia’s en negatieven! Dat kun je zelf doen met een scanner, of laten doen bij een fotolab. Met een gewone flatbedscanner kun je alleen prints digitaliseren. Maar er zijn ook duurdere uitvoeringen met een speciale lichtbak voor doorzichtmateriaal, waarmee je filmstrips of dia’s kunt scannen. Mits je niet de allergoedkoopste uitvoering koopt, kan de kwaliteit heel behoorlijk zijn.