Tip van de week: de ins & outs van beeldstabilisatie

Er zijn van die dingen die je pas mist wanneer je ze niet hebt. Een daarvan is beeldstabilisatie. Sommige merken claimen
tegenwoordig een ‘winst’ van meer dan zes stops. Aangezien elke stop neerkomt op een verdubbeling van de sluitertijd, betekent dit dat je in plaats van met 1/60 seconde nog met een volle seconde scherpe foto’s uit de hand moet kunnen maken. Althans… in theorie. We lopen langs de belangrijkste aandachtspunten.

  • Er zijn twee verschillende systemen voor beeldstabilisatie: optische stabilisatie (in het objectief) en sensorstabilisatie (in de camerabody). Merken als Nikon, Canon en Fujifilm gebruiken optische stabilisatie, merken als Pentax sensorstabilisatie. De voordelen van optische stabilisatie zijn dat het iets effectiever is en dat ook het zoekerbeeld kan worden gestabiliseerd. Sensorstabilisatie kan daarentegen ook voor andere dingen worden gebruikt, zoals ‘pixel shift’ voor beelden met extreem hoge resolutie. Beide vormen kunnen tegenwoordig maximaal zo’n vier stops winst geven. Een winst van zes stops is alleen mogelijk indien je zowel een body als een objectief met beeldstabilisatie gebruikt én beide systemen zijn gekoppeld, zoals bij Panasonic’s Dual I.S.
  • Let er bij de keus voor een bepaald systeem op of het ook werkt bij video. Canon’s systeem voor sensorstabilisatie werkt uitsluitend bij video.
Een 100% weergave van de uitsnede. Beide opnames met 1/10 seconde uit de hand met omgerekend naar full-frame ongeveer 50 mm. Links zonder, rechts met beeldstabilisatie.
  • Hoe langer de brandpuntsafstand, hoe groter het risico op cameratrillingen, en hoe nuttiger beeldstabilisatie dus is. De vuistregel is: de langste ‘veilige’ sluitertijd zonder beeldstabilisatie is 1/brandpuntsafstand. Dus bij een 100 mm 1/100 seconde. Bij een kleinere sensor dan full-frame moet je de uitkomst nog vermenigvuldigen met de cropfactor.
  • Beeldstabilisatie doet niets tegen bewegingen van het onderwerp (een statief trouwens evenmin). Dus met die sluitertijd van een volle seconde krijg je nog steeds een impressionistisch portret. Bij het zogenaamde ‘meetrekken’ van het objectief met het onderwerp, bijvoorbeeld bij hardlopers, gaat het ook vaak mis. Duurdere (tele)objectieven hebben daarvoor een aparte beeldstabilisatiestand.
  • Last but not least: beeldstabilisatie kost stroom. De accu van je camera zal met ingeschakelde beeldstabilisatie sneller leeg zijn.

Lees ook:Beeldstabilisatie: wat kun je ermee?
Lees ook:Beeldstabilisatie: maakt Fujifilm een inhaalslag?
Lees ook:Tip van de week: stops, diafragmawaarden en sluitertijden
Lees ook:Fotografische misverstanden – 2
Lees ook:Tip van de week: freeze!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.