Tip van de week: systeemcameraweetjes

Als je van een spiegelreflex overstapt op een systeemcamera, of je koopt een systeemcamera erbij als compacter en lichter alternatief, zijn er een paar dingen waar je rekening mee moet houden om niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Allereerst is minimaal één volle reserveaccu op zak een must, want zelfs een instapreflex haalt makkelijk twee tot drie keer zoveel opnamen uit één acculading als de beste systeemcamera. Deels doordat de accu’s van systeemcamera’s doorgaans kleiner zijn, maar voornamelijk doordat je bent aangewezen op een elektronisch zoeker- of schermbeeld. En die vréten stroom – de zoeker nog meer dan het scherm.

Waar je ook aan zult moeten wennen, is dat je niks kunt als de camera uitstaat. Je hebt geen zoekerbeeld, en je kunt dus ook niet even door de lens kijken, inzoomen en scherpstellen met de hoofdschakelaar op uit. Om stroom te sparen, gaat de camera bij niet-gebruik al vrij snel op non-actief. Het duurt even voordat-ie weer wakker is na een lichte druk op de ontspanknop, al kost dat tegenwoordig minder tijd dan bij de eerste generaties systeemcamera’s.

Handmatig scherpstellen is met een systeemcamera nog steeds lastiger dan met een DSLR. Beeld: Fujifilm

Handmatig scherpstellen is met een systeemcamera nog steeds lastiger dan met een DSLR. Beeld: Fujifilm

Dan is er nog het elektronische zoeker- of schermbeeld zelf. Hoewel zo’n zoeker anno vandaag een veel scherper beeld geeft dan een jaar of wat geleden, is de optische zoeker qua detailweergave nog steeds ongeëvenaard. Dat merk je niet alleen bij de compositie, maar ook en vooral bij het handmatig scherpstellen, hulpmiddelen als Focus Peaking ten spijt. Ikzelf zit er met name bij het handmatig bijregelen van de automatische scherpstelling (dan kan ik namelijk niet op een deel van het beeld inzoomen) nogal eens naast. Ondanks de hoge verversingssnelheden tot wel 100x per seconde heb je bij snel bewegende onderwerpen ook wel eens last van haperingen of rare vegen (waardoor het moeilijker is het onderwerp in het vizier te houden), en bij weinig licht van ruis.

In een systeemcamerazoeker zijn scherpte en scherptediepte lastiger vooraf visueel te beoordelen.

In een systeemcamerazoeker zijn scherpte en scherptediepte lastiger vooraf visueel te beoordelen (vgl. de uitsnede).

Tot slot is het bij systeemcamera’s lastig de scherptediepte vooraf visueel te beoordelen. Terwijl bij spiegelreflexen het diafragma altijd openstaat totdat je de ontspanknop of de scherptedieptecontroleknop indrukt, gaan veel systeemcamera’s bij veel licht automatisch ‘knijpen’. Dus stel dat het diafragma van een lens met lichtsterkte F 2 op F 4 staat, dan zit je met je DSLR te kijken naar een zoekerbeeld bij volle opening (F2 dus) en met je systeemcamera naar een zoekerbeeld met bijvoorbeeld F 5,6. Met de DSLR krijg je (als je de scherptedieptecontroleknop niet gebruikt) dus meer scherptediepte dan verwacht in je foto, en met de systeemcamera juist minder. Daarvan moet je je wel bewust zijn.

Natuurlijk heeft een systeemcamerazoeker ook legio voordelen, zoals het in real time kunnen beoordelen van het door de sensor geregistreerde beeld en het ontbreken van een op en neer klappende spiegel. Elke constructie heeft z’n eigen voor- en nadelen.

Lees ook:Tip van de week: scherptediepte en systeemcamera’s
Lees ook:Tip van de week: handmatig scherpstellen
Lees ook:Spiegelreflex of systeemcamera? III
Lees ook:Tip van de week: zoekerweetjes
Lees ook:Tip van de week: handmatig scherpstellen met een systeemcamera

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.