Analoog versus digitaal II

Witbalans

Licht komt niet alleen in verschillende sterkten, maar ook in verschillende kleuren. Vroeger had je voor fervente available light-fotografen daarom naast ‘gewone’ daglicht- ook speciale kunstlichtfilm. Daarmee voorkwam je dat iemand die bij gloeilamplicht werd geportretteerd een knalrode kop kreeg. Kleinere afwijkingen in de kleur van het daglicht werden meestal bij het printen gecorrigeerd. Bij diafilms kon dat niet – dan moest je speciale kleurfilters op je objectief gebruiken om zo’n kleurzweem weg te filteren.

In het digitale tijdperk kun je variaties in de kleur van het licht makkelijk, snel en nauwkeurig opvangen via de witbalansinstelling. De meeste gelegenheidsfotografen laten ‘m altijd op de automaat staan, maar het is handig wanneer je de weg weet in de verschillende ‘presets’. Met de instelling ‘wolkje’ krijg je bijvoorbeeld een wat warmere kleurweergave. Dat is niet alleen prettig onder een bewolkte hemel, maar ook op een stralend heldere wolkeloze zomerdag aan het strand rond het middaguur.

Bij veel camera’s kun je de witbalans heel precies finetunen. Zo kun je, behalve voor warmere kleuren, ook kiezen voor meer rood of juist meer geel. Op het scherm kun je het resultaat zien – bij systeem- en compactcamera’s zelfs al vooraf. In lastige situaties kun je vaak ook handmatig ‘witten’ op een fel papier, maar als je voor een optimale kleurweergave gaat, is het nog slimmer om in raw-formaat te fotograferen. Daarmee kun je namelijk achteraf de witbalans instellen achter je grote computerscherm. En als het resultaat niet helemaal naar wens blijkt, probeer je het gewoon opnieuw!

Lees ook:Foto’s printen – 4
Lees ook:Tip van de week: kleurinstellingen
Lees ook:Tip van de week: witbalans
Lees ook:Tip van de week: kleuren die kloppen
Lees ook:Tip van de week: contrast

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.