Vijf tips om betere portretfoto’s te kunnen maken

portret foto2Het zal je misschien niet verbazen, maar de mens is het meest fotografeerde object van de hele wereld. Dat is ook niet heel erg verrassend, aangezien de mens een heel uniek ding is. Ieder mens is verschillend, dus ook iedere foto zal verschillend zijn. Dit is bijvoorbeeld al heel duidelijk te zien in verschillen in uiterlijk van personen. Ieder persoon heeft een ander gezicht, andere ogen.

Maar niet alleen qua uiterlijk verschilt iedereen van elkaar. Ook de uitstraling of de uitdrukking van het gezicht is bij iedereen verschillend. Dit zorgt ervoor dat portretfotografie iets heel unieks en bijzonders blijft. Hier helpt ook aan mee dat het helemaal niet lastig is om een portret te maken. Je hebt een camera en een persoon nodig en je kunt al een portret maken.

Helaas is dit niet mogelijk voor portretfotografie die van echt goede kwaliteit is. Een professionele portretfotograaf kan niet zomaar op een knopje drukken. Een echte portretfotograaf moet over allerlei zaken nadenken voordat hij of zij een foto nemen kan. Denk bijvoorbeeld aan schaduw, lichtinval en verschillende lagen in de foto. Een professionele fotograaf dient overal rekening mee te houden, dat is vaak dan ook terug te zien in het resultaat.

Het is in de portretfotografie vaak zo dat degene die niet professioneel werken vaak dezelfde fouten en slordigheden maken. Dit is echter heel makkelijk te voorkomen door onze vijf tips te lezen voor het maken van een goede portretfoto.

1. Leg de nadruk niet teveel op het onderwerp

Het is vaak zo dat degene van wie een foto wordt gemaakt heel centraal in het portret wordt geplaatst, dit is een hele veelvoorkomende fout. Doe dit alsjeblieft niet. Soms kan het werken, maar vaak niet. Gelukkig kom je met de zogeheten ‘regel van derden’ al een heel stuk verder. Maak terwijl je een foto maakt een denkbeeldig raster van drie bij drie. Zet het onderwerp dan op twee van die lijnen. Hiermee voorkom je dat het onderwerp heel centraal in de foto naar voren komt.

2. Schuw niet om dichterbij te komen

Soms heb je terwijl je een foto maakt echt het gevoel dat je de perfecte foto gemaakt hebt. Alle goede aspecten kwamen aan bod en het was gewoon een perfect moment. Helaas kom je er dan uiteindelijk achter dat de foto helemaal niet perfect was. Je object kwam wel goed in beeld, maar deze verdwijnt gewoon als het ware in de achtergrond.
Een belangrijke tip is om niet te schuwen dichtbij je object te komen. Het is heel erg belangrijk dat jouw object goed te zien is op beeld. Dat kun je ook terugzien in bijvoorbeeld de media of in tijdschriften. Je moet zo min mogelijk achtergrond houden in jouw foto.

3. Houd rekening met het licht van de omgeving

portret fotoJe zou denken dat portretfotografie vooral draait om het object en het decor, maar niets is minder waar. Licht is enorm belangrijk in de portretfotografie, aangezien deze iedere dag en ieder uur, ieder seizoen verschilt. Het is dus erg slim om een beetje basiskennis op te doen over licht. Wat is licht, hoe verandert het enzovoort.

Het mooiste licht is uiteraard natuurlijk licht. Het allermooiste natuurlijke licht komt in de uren na zonsopkomst en de uren voor zonsondergang. Het is prachtig om je object te fotograferen met soepel het gouden licht schijnend.

4. Pas het perspectief eens aan

Bij een portretfoto denken veel mensen aan een traditionele foto. Veel portretfoto’s zien eruit als pasfoto’s. Netjes, recht zittend op een stoel en een kleine glimlach. Doe eens wat anders en verruil het perspectief. Je kunt dit op allerlei manieren doen. Ga eens een keer op een verhoging staan en maak een foto van je object van bovenaf. Ook kun je eens door je hurken gaan en hiermee een ander beeld van het object maken.
Het is hiermee wel heel belangrijk dat je goed oplet dat je niet overdrijft. Tuurlijk is het leuk, zo’n ander perspectief, maar het is wel belangrijk dat je object er niet overdreven of raar uit gaat zien. Niemand wil een foto waarop je zijn of haar neusharen kan tellen.

5. Verander het diafragma eens

Een andere simpele tip is het aanpassen van het diafragma. Door het diafragma wat lager te zetten kun je jouw portret een iets professionelere uitstraling geven. Weet je niet wat het diafragma is? Een diafragma is een opening in de lens, deze bepaalt de lichtinval. Hoe groter het diafragma is, des te kleiner is de opening van de lens. Als het diafragma groter dan F/6 is, zal ook de diepte van de scherpte groter zijn. Dat is erg handig als je bijvoorbeeld een landschap wil fotograferen, omdat alles dan goed en scherp in beeld is. Bij portretfotografie wil je dit natuurlijk niet, want je wil juist dat jouw object zo scherp mogelijk in beeld komt. Je kunt daardoor ‘bokeh’ toepassen. Dit is een vakterm en betekent dat je het diafragma heel klein maakt, zodat de achtergrond van de foto als het ware wegvalt. Het is namelijk erg belangrijk dat wanneer iemand een foto af wil laten drukken op bijvoorbeeld hout of plexiglas, het portret echt duidelijk in beeld komt. Het diafragma is daar dus een goed hulpmiddel bij.