Vermijd de uiterste f/ standen

Elk objectief heeft een grootste en een kleinste opening (f/, van focale lengte). Een vaste lens heeft één f/ getal, bijvoorbeeld f/2.8. Dat is dan de grootste opening. De kleinste opening – voor maximale scherptediepte – kan f/16 zijn, f/22 of zelfs f/32. De grootste opening bepaalt uiteraard hoe lichtsterk het objectief is.

Een zoomlens heeft vaak twee getallen: er staat bijvoorbeeld 1:3.5-5.6. Dat betekent dat bij het kortste brandpunt f3.5 de grootste opening is en bij de maximale inzoom (naar tele) f/5.6. Er zijn ook zoomlenzen met één vast f/ getal over het gehele bereik.

Welke lens je ook gebruikt: eigenlijk zou je moeten proberen om altijd de uiterste standen van een lens te vermijden. Dus als f/3.5 de grootste opening is, gebruik die dan uitsluitend als het niet anders kan. Liever vanaf f/4.5 in dit geval: elk objectief werkt nu eenmaal beter in het middengebied.

Deze foto maakte ik in Frankrijk. Uit de hand, met brandpunt 150 mm. De grootste opening van de lens is f/4, ik stelde in op f6.3 (ISO 160). Dat levert voldoende onscherpte in de achtergrond op en een gestoken scherpe motorfiets.

Canon 30D met Canon EF70-200 f/4L IS USM op 150 mm. 1/500s met f/6.3, ISO 160.

Lees ook:Uiterste standen objectief vermijden
Lees ook:Tip 10|500 Kies juiste brandpunt
Lees ook:Scherptediepe: belangrijk instrument
Lees ook:Scherptediepte: helemaal niet moeilijk
Lees ook:Reportagefoto 18: oog voor detail

5 reacties op “Vermijd de uiterste f/ standen

  1. jasper

    welke foto? ik zie niets.

      /   Beantwoorden  / 
  2. Peter

    Beetje generaliserend?
    “Welke lens je ook gebruikt”
    Ik geef toe, met de meeste standaardzooms probeer je, als het even kan, niet vol-open te werken. Maar ik durf mijn (inderdaad tamelijk luxe) 85/1.4 best vol open te draaien. De flinterdunne scherptediepte kan erg functioneel zijn, en het objectief is er goed genoeg voor. Natuurlijk is het ding bij f4 scherper, maar tot, zeg, 30×40 zie je er niks van. En momenten als “het omdoen van de ringen” hoeven niet tot larger-than-life posterformaat worden opgeblazen.

    Als de hoeken toch in de onscherpte zitten (wat vaak het geval is met een kleine scherptediepte), telt eventuele hoekonscherpte niet mee. Een beetje vignettering is dan vaak ook niet zo’n probleem – sterker nog, je ziet vaak dat er achteraf nog wat vignettering wordt toegevoegd.
    En, afhankelijk van het onderwerp, hoeft vertekening natuurlijk ook geen probleem te zijn. Bij architectuur valt ieder beetje vertekening op, maar als je een boom in het landschap fotografeert, zie je er vaak niks van.

      /   Beantwoorden  / 
  3. Frank

    @Peter:
    Je reactie heeft iets weg van het pochende “ik fotografeer mijn 400 mm zonder probleem nog bij 1/20 uit de hand”. Met het fotograferen met volledig open diafragma is op zich niks mis als het noodzakelijk is en je het resultaat acceptabel vindt. Dan moet je het vooral doen. Maar dat laat onverlet dat je, als je op zoek bent naar kwaliteit en het niet hoeft, je als regel de uitersten beter kunt vermijden. En inderdaad: welke lens je ook gebruikt.

      /   Beantwoorden  / 
  4. Willem Laros

    Eens: vermijd de uiterste diafragmastanden voor het beste resultaat!

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.